Windkracht 3 op een gevel met houten kozijnen, wat dan?

maandag, 22 februari, 2016 - 14:19 Willem Koppen

Meetbureau ’s zoals Impromet VastGoedMetingen brengen gebouwen op onder- en overdruk en bootsen zo na wat de gevolgen zijn van verschillende weersomstandigheden. Hiervoor worden bijvoorbeeld infraroodmetingen en blowerdoortesten met rooktest gebruikt. En die liegen niet.

Ze leggen overduidelijk de kou- en tochtwerende prestaties van bijvoorbeeld kozijnen bloot. Eventuele onbedoelde luchtlekken vind je dankzij deze testen dan ook direct. Deze luchtlekken zijn vaak de gevolgen van relatief kleine fouten in de uitvoering maar de gevolgen kunnen verstrekkend zijn. Voorkomen is echt beter dan genezen.

Bij kou en tocht kijk je juist naar het eindresultaat, niet naar de afzonderlijke onderdelen.

Een gemiddelde timmerfabrikant denkt al snel ‘mijn producten zijn kwalitatief hoogwaardig en als de kozijnverbinding zelf maar luchtdicht is, dan is het wel in orde’. Verwerkers vinden dat ze de producten vervolgens op de juiste manier verwerken. Maar praktijksituaties laten nog te vaak iets anders zien. Het gaat niet alleen over de dikte van het gebruikte isolatiemateriaal bijvoorbeeld, maar vooral of het in de praktijk ook goed functioneert.

Van de afzonderlijke onderdelen van een houten- of kunststof kozijn is meestal genoeg kennis aanwezig bij fabrikanten en verwerkers, maar het gaat juist om de prestatie van het gehele eindproduct. Zoals het dus in de praktijk in de gevel is geplaatst. Een geringe opening in een isolatielaag, kan al tot flinke warmteverliezen leiden - of erger nog - tot klachten, grote schade en onnodig herstelwerk. Het beter aanbrengen van (strak sluitend) isolatie kan soms meer energiewinst geven dan het aanbrengen van een dikkere laag.

Niet dat je nu meteen ieder element moet gaan testen, maar meer inzicht krijgen in de werking van het complete houten kozijn in de gevel, als een systeem, is wel erg belangrijk. Kennis vergaren en kennisdeling is hierbij onontbeerlijk.

Energiezuinig Bouwen

Omdat woningen steeds energiezuiniger gebouwd moeten worden is het voor timmerfabrikanten verstandig om meer te experimenteren met isolatie. Bij goed aangebrachte isolatie met de waarden uit het Bouwbesluit - en bij een goede luchtdichting - is het mogelijk een energiegebruik voor de warmtevraag te realiseren voor een gemiddelde middenwoning van 200 m3 aardgas (equivalent)per jaar. Juist aangebrachte isolatie is dan ook meer en meer een basisvereiste voor timmerfabrikanten om te kunnen voldoen aan steeds strengere eisen rondom om kou- en tochtwerendheid. Je kunt het ook als kracht aanwenden. Dat jouw  product een noodzakelijk onderdeel is van het totale systeem (het gebouw) dat een  topprestatie moet leveren. En dat je daarop geselecteerd wordt. Kwaliteit kan lonen!

Je kunt het ook als kracht aanwenden.

En dat gaat dan verder dan de losse elementen in orde hebben. In de bouw hebben we er wel eens een handje van om te vingerwijzen naar anderen als het op prestaties aankomt. Zeker als er veel verschillende partijen bij het eindresultaat betrokken zijn. Maar ik vind het eigenlijk heel simpel; als je een product verkoopt, moet jij ook zorgen dat het de eigenschappen bezit die voor het beoogde gebruik noodzakelijk zijn. Afzonderlijk, maar ook als totaal. Onderdelen moeten er niet alleen zijn, maar natuurlijk afzonderlijk en als totaal ook werken. Ga maar na als je zelf inkoopt. Bij een nieuwe auto waar een onderdeeltje niet werkt ga je terug naar de verkoper. Gebrekkig timmerwerk accepteer je toch ook niet? Dat keur je af en stuur je terug.

Logisch dat anderen dat ook met jouw producten doen als ze niet blijken te voldoen in de praktijk. Niet dat ik het nu speciaal op de timmerfabrikant gemunt heb ofzo, maar die levert in sommige gevallen wel 80 procent van het timmerwerk in een woning of gebouw. En heeft dus ook een grote verantwoordelijkheid, ook als het gaat om de kou- en tochtwerendheid. Zeker met de eindgebruiker in gedachte - in het geval van een woning de bewoner – zouden meer partijen in de bouw hun verantwoordelijkheid moeten pakken. Ook in het geval dat via wetgeving nog geen duidelijke standaard is gecreëerd.

Nu woningen steeds luchtdichter worden en er meer wordt geïsoleerd, vallen openingen in de isolatie en onbedoelde luchtlekken steeds meer op. En die gaan alleen maar meer opvallen, zeker als in 2018 ieder nieuw gebouw volgens de hierop herziene Woningwet opgeleverd moet worden met een dossier waarin de daadwerkelijk geleverde prestatie staat vermeld.

Het is dus aan de isolatie-industrie, keuringsinstituten en timmerfabrikanten zelf om hier bij de ontwikkeling van kozijnen meer focus op te leggen. Niet later, maar nu. Opdrachtgevers zijn hier namelijk al mee aan het experimenteren! Zo voorkom je gezamenlijk problemen bij oplevering, inspectie of gebruik van het eindresultaat.

Kennisdelen is namelijk een randvoorwaarde om een vakman te kunnen zijn.

Begin eens met de geprefabriceerde kozijnen en elementen ‘uit de anonimiteit te halen’ door de vakmensen die eraan gewerkt hebben een handtekening te laten plaatsen op de zijkant van de vervaardigde producten. Als een vakman mij vertelt dat het goed zit, dan geloof ik hem. Controleren doe ik dan niet meer. Het enige wat ik mij afvraag is of de vakman de juiste inzichten heeft gekregen.Kennisdelen is namelijk een randvoorwaarde om een vakman te kunnen zijn.

Stel vakmanschap centraal en maak de vakman zichtbaar. Je kijkt er van op hoe de kwaliteit van de producten zich dan bijna vanzelfsprekend nog verder verbetert en een volwaardig onderdeel is van de ‘topprestatie’ van het gebouw.