De levensduur van houten kozijnen, wat heeft dat met het milieu te maken?

woensdag, 29 juni, 2016 - 15:32 Eric de Munck

Levensduur is een belangrijk begrip in onze consumptiemaatschappij. We verbinden dit onbewust aan een statistisch vastgestelde periode dat ‘iets moet functioneren’. Zo speelt het een rol bij de aanschaf van een fiets, een auto of zelfs een pen.

Aan de hand van de levensduur van producten worden kostenberekeningen gemaakt voor onderhoud en vervanging, die weer de basis zijn voor investeringsbeslissingen. Ook de milieuprestatie van producten en bouwwerken wordt afgemeten aan de hand van levensduren.

Als ‘levensduur’ zo bepalend is, weten we dan wel exact waar we het over hebben?

De term levensduur

Als je mensen vraagt naar wat de term ‘levensduur’ voor hen inhoudt, denkt de één aan kwaliteit, de ander aan ‘lang meegaan’, een volgende aan ‘weinig onderhoud’ en anderen weer aan ‘hogere aanschafkosten’ of ‘lage totaalkosten’. Aan goede en betrouwbare producten dus. Maar een duidelijke definitie geven ze niet.

Wat zegt de Dikke van Dale? Deze geeft ook geen directe betekenis, maar verwijst naar termen als ‘vie’, ‘longevity’, ‘gebruiksduur’ en ’duurzaamheid’. Hé.., de term ‘duurzaamheid’, die kennen we ook! Maar dat heeft toch te maken met milieu, denk ik dan?

De term ‘duurzaamheid’ verwijst naar:  

  1. lang durend;
  2. weinig aan slijtage of bederf onderhevig;
  3. het milieu weinig belastend.

Levensduur heeft dus te maken met ‘hoe lang iets meegaat op basis van de weerstand tegen slijtage en aantasting’.

Maar hoe wordt de levensduur dan bepaald en wie stelt de levensduur dan officieel vast?

Vaststellen levensduur

Je zou verwachten dat de levensduur van een product steekproefsgewijs over een groot aantal exemplaren wordt vastgesteld. Maar heeft de levensduur dan betrekking op de gemiddelde levensduur, de minimale levensduur of een maximale levensduur? Dat kan belangrijk zijn bij berekeningen en bij uitspraken in geschillen. En hoe zit het met producten die net op de markt zijn gebracht en geen historie hebben op het gebied van prestaties? Hebben we het dan over levensduur, levensduurverwachting of zelfs levensduurinschatting?

Neem nou de levensduur van kunststof kozijnen. Op het meest recente ‘MRPI blad’ van kunststof kozijnen wordt een levensduur van 75 jaar opgevoerd. We horen echter regelmatig berichten dat kunststof kozijnen in de praktijk al na 30 jaar vervangen worden, omdat ze niet meer voldoen.

Zo eist Rijkswaterstaat voor fiets- en voetgangersbruggen een levensduur van 50 jaar, maar in de praktijk vinden wijzigingen in de infrastructuur eerder plaats, waardoor die bruggen voor die tijd vaak al worden verwijderd.

En ook bij hout is de levensduur continue onderwerp van discussie: op basis van de indeling in duurzaamheidsklassen (volgens NEN EN 335-1) worden houtproducten te vaak een te korte levensduur toegedicht. Denk aan grenen, duurzaamheidsklasse 4 met daaraan gekoppeld een levensduur van 5 à 10 jaar.

Vind je het dan niet vreemd dat Amsterdam, gebouwd op naaldhout palen, na 400 jaar nog steeds niet in het veen is verdwenen? En hoe verklaren wij dan de eiken deuren in het zuiden van Nederland van 400 jaar oud? En de volledig functionele houtconstructie van een boerderij uit 1641?

Levensduur hout en de toepassing

Bij duurzaamheidsklassen wordt gekeken naar de toepassing, hoe die wordt blootgesteld aan weer en wind (klimaatklasse) en hoe zwaar de belasting is (gebruiksklasse). Hout dat binnen wordt toegepast, kan onder gunstige omstandigheden zelfs oneindig lang meegaan. Er is dus een duidelijk verschil tussen de levensduur en gebruiksduur. De gebruiksduur van houtproducten is meestal langer dan de levensduur op basis van de duurzaamheidsklassen. Ook dit is te verklaren. De testen in de NEN-EN 335 worden gedaan in worst-case scenario’s. Namelijk in ‘grond-water contact’. Terwijl de omstandigheden waarin hout wordt toegepast vaak veel gunstiger zijn; denk aan houten vloeren, binnendeurkozijnen, dakbeschot, gevelbekledingen, trappen etc.

Levensduur houten kozijnen en milieubelasting

Het bepalen van de milieubelasting van een product wordt steeds belangrijker. Hierbij speelt de aangehouden levensduur - en uiteindelijk dus ook van het bouwwerk waarin het wordt toegepast - een cruciale rol. Gemakshalve hebben we in de bouw afgesproken dat gebouwen in Nederland een levensduur - of moet ik zeggen een gebruiksduur - hebben van 75 jaar.

Als de levensduur van een kozijn wordt gesteld op 75 jaar, dan hoef ik deze niet te vervangen. Bij een levensduur van 30 jaar moet ik dat juist twee keer doen! Hierdoor verdubbelt de milieubelasting.

De betrouwbaarheid van de gebruikte levensduur is dus cruciaal. Door hiermee te marchanderen wordt veel voordeel behaald. Daar moeten we dus alert op zijn. Andere materialen gaan hiermee nog wel eens ‘gemakkelijk’ om. Denk aan de ‘50 jaar garantie’ waarmee producenten van kunststof damwanden schermen, terwijl deze nog maar 10 jaar in de markt zijn… En opdrachtgevers nemen deze duurzaamheidsclaim vaak kritiekloos voor waar aan! Voor het bepalen van de milieubelasting van houtproducten en de vergelijking met andere materialen, moet de levensduur objectief en zo goed mogelijk onderbouwd meegenomen worden.

Gelukkig heeft een groep deskundigen (onder leiding van SBRCURnet) in de publicatie ‘Levensduur van Bouwproducten’ de levensduur van 500 bouwproducten vastgelegd, gebaseerd op de uitgangspunten voor ‘service-life-performance’ van ISO-norm 15686. Deze service-life-performance moet wellicht in de toekomst per product worden aangetoond door de fabrikant. Maar zover is het nog niet.

Loslaten levensduur

Was het voorheen een trend om producten en bouwwerken zo lang mogelijk in stand te houden (dus in steenachtige materialen), op dit moment passen we juist de levensduur aan de gebruiksduur aan. Tijdelijke gebouwen met een levensduur van soms maar tien jaar dus. Maar als we aanpasbaar bouwen verlengen we de levensduur door het gebouw weer functioneel te maken zonder tussentijds slopen. Het loslaten van ‘levensduur’ is niet alleen gunstig voor de grondstoffenvoorziening, maar ook voor lichte bouwmethoden in hout.

Dat in de praktijk tijdelijke gebouwen in hout - voorzien voor 10 jaar - na 40 jaar nog volledig voldoen en in gebruik zijn, is dan mooi meegenomen.