Oerhout is oeroud

vrijdag, 26 augustus, 2016 - 10:23 Jos Lichtenberg

Al in de prehistorie was hout het allerbelangrijkste bouwmateriaal. De opvulling was met leem en twijgen, maar het skelet was van hout. Je kunt het aan elkaar knopen en spijkeren, je kunt er gaten in boren en deuvelverbindingen mee maken. Je kunt er in zagen, boren en schaven. Het geurt ook fantastisch.

Hout en Steen

Pas toen de Romeinen ons met een langdurig bezoek kwamen vereren, maakten we (enkele uitzonderingen daargelaten) kennis met steen als bouwmateriaal, al was het aandeel hout ook bij de Romeinen nog steeds groter.  In meerlaagse gebouwen was de plint vaak steenachtig,, maar daarboven was het een soort houtskelet bouw. In Pompeji en Rome tot vijf bouwlagen. De bruggen van steen staan op het netvlies, maar de meeste bruggen waren ook in die tijd van hout.

Het is dat de stenen bouwsels langer zijn blijven staan. Ze vormen vaak nog de herkenbare structuur van wat er zich boven heeft afgespeeld. Daarom denken we dat alles van steen was toen. Het hout overleefde de eeuwen niet. Dat had met detaillering te maken, maar met name met ongecontroleerd verval. Gebouwen moeten worden onderhouden en als dat niet gebeurt krijgen zon en water vat op de materie. Zelfs stenen constructies spoelen dan uiteindelijk uit of vriezen kapot. Wat we vaak vergeten is dat hout ook werd onttrokken omdat we het voor andere doeleinden nodig hadden. Hout was aan het eind van het Romeinse imperium een schaars goed. Het was bouwmateriaal, maar ook brandstof en de bossen raakten als bron uitgeput. Jazeker, de Romeinen kenden een heuse energiecrisis, toen al. Hout werd schaars en dus ook relatief duur.

Het was daarom niet vreemd om gebouwen die in ongerede raakten ook daadwerkelijk te ontmantelen voor wat betreft de bruikbare delen. Om in te zetten als brandstof, maar ook om her te gebruiken in andere bouwwerken. Gebakken steen vroeg immers ook om energie en per saldo kon je dan het bruikbare hout beter direct hergebruiken.

Beton

Hout kreeg concurrentie van steen, later van beton (de Romeinen kenden ook al een soort beton). Dat beton ging met het verdwijnen van de Romeinse beschaving weer verloren en moest later in de 18e eeuw weer worden herontdekt. Het Pantheon is een boogconstructie en voor steen een qua overspanning grote uitzondering, maar in de regel vonden we het maken van een overspanning met hout gemakkelijker dan met steen. Vloeren waren ook in stenen gebouwen op de keldergewelven na altijd van hout. Dat geldt ook voor daken en dat is zelfs nu nog zo.

IJzer en Staal

Vanaf de 18e eeuw kwam er gietijzer als constructie materiaal bij, de voorloper van staal. Het maakte hoogbouw en grotere overspanningen mogelijk. Toch bleef hout leidend voor vloeren en daken. Dat is in nog veel landen zo. In West Europa zijn we voor vloeren, niet voor daken, overwegend overgestapt op beton. Nog steeds heeft hout op al die terreinen een marktaandeel. Zeker in Scandinavische landen, Canada de VS en de meeste minder welvarende landen op de wereld. Wereldwijd zelfs een groter aandeel dan de andere constructiematerialen.

Wat opvalt is dat de keuze voor beton of staal met name in de industriële en daardoor welvarende landen op economie en zakelijkheid is gebaseerd. In een tijd waarin de consument nauwelijks invloed had op de gekozen bouwmaterialen kon dat gebeuren.

Warme vormentaal

Dé troef van hout voor de toekomst is m.i. dat het dicht bij mensen staat. Meubels zijn soms van staal, maar warme meubels, ook moderne, zijn van mooi bewerkt hout. Steen is harder, maar toch willen we veelvuldig houten vloeren. We associëren het met warmte en zo is het ook letterlijk, want het geleidt minder dan steen en staal en dat voel je als het met blote voeten raakt. Ook de emotie rondom hout is warm. Het is niet voor niets dat de vroege gietijzeren bruggen en gebouwen rijkelijk waren voorzien van motieven die aan bewerkt hout deden denken, inclusief de deuvel verbindingen. Aldus stalen ze als het ware wat van het warme en ambachtelijke gevoel.

Dat is de uitdaging die we met architecten en vakmensen aan moeten gaan. We moeten een vormentaal zien te ontwikkelen. Je kunt het nog steeds aan elkaar knopen, met deuvels verbinden en spijkeren, ook schroeven nu. Je kunt er nog steeds in zagen, boren en schaven.

Het geurt ook nog steeds fantastisch.